Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 10 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de…

Raad van State, 1 november 2023

Zaakgegevens

Op 1 november 2023 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
1 november 2023
Datum publicatie
1 november 2023
Zaaknummer
202303862/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4013
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 10 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 13 juni 2023

    ECLI:NL:RBDHA:2023:8741
  2. Raad van State · 1 november 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2023:4013

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

202303862/1/V3.

Datum uitspraak: 1 november 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 13 juni 2023 in zaak nr. NL23.5005 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 10 februari 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 13 juni 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand blijven.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. D.W. Beemers, advocaat te Nijmegen, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft namelijk terecht de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten. Uit de zittingsaantekeningen in beroep volgt dat de vreemdeling in de gelegenheid is gesteld om te reageren op de aanvullende motivering van de staatssecretaris tijdens de zitting in beroep en dat hij hiervan ook gebruik heeft gemaakt. De vreemdeling legt in hoger beroep niet uit waarom die gelegenheid onvoldoende was.

1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Schippers, griffier.

w.g. De Poorter

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Schippers

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 1 november 2023

873-1017