Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de…

Raad van State, 15 december 2023

Zaakgegevens

Op 15 december 2023 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15 december 2023
Datum publicatie
15 december 2023
Zaaknummer
202307357/1/V2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4686
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 2 november 2023

    ECLI:NL:RBDHA:2023:16791
  2. Raad van State · 15 december 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2023:4686

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

202307357/1/V2.

Datum uitspraak: 15 december 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 2 november 2023 in zaak nr. NL23.6178 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 2 november 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.E. Temmen, advocaat te Bergen op Zoom, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de verwijzing door de vreemdeling naar het rapport van het European Asylum Support Office (EASO; thans: European Union Agency for Asylum) van juni 2019 over Ivoorkust, niet leidt tot een ander oordeel, omdat dit rapport gaat over het karakter van de aanvallen van de rebellen in het algemeen en geen bevestiging is van zijn relaas dat de rebellen het op hem gemunt hebben.

1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.R. Trox, griffier.

w.g. De Poorter

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Trox

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 december 2023

968