Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 10 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de…

Zaakgegevens

Op 19 december 2023 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19 december 2023
Datum publicatie
18 december 2023
Zaaknummer
202203672/1/V2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4701
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 10 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 14 juni 2022

    ECLI:NL:RBDHA:2022:5689
  2. Raad van State · 13 juli 2022

    ECLI:NL:RVS:2022:2013

    Overig

  3. Raad van State · 19 december 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2023:4701

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

202203672/1/V2.

Datum uitspraak: 19 december 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[vreemdeling 1, mede voor haar minderjarige kind,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 14 juni 2022 in zaak nr. NL21.8565 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 10 mei 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij brieven van 14 september 2021 en 10 maart 2022 heeft de staatssecretaris het besluit van 10 mei 2021 aangevuld.

Bij uitspraak van 14 juni 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.J. Eizenga, advocaat te Amerongen, hoger beroep ingesteld.

De vreemdeling heeft nadere stukken ingediend.

Overwegingen

1.       Op 13 oktober 2022 en 19 juli 2023 heeft de vreemdeling nadere stukken ingediend, over de gewijzigde situatie in Iran en de ontvoering van haar zoontje door haar echtgenoot vanuit Nederland naar Iran. Die stukken dateren van na de uitspraak van de rechtbank en kunnen daarom niet bij de beoordeling van het hoger beroep worden betrokken. Als de vreemdeling de stukken bij de besluitvorming wil laten betrekken, kan zij een nieuwe aanvraag indienen.

2.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

3.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.P.M. Zwinkels, griffier.

w.g. Soffers

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Zwinkels

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 december 2023

309-1021