Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 3 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen…

Zaakgegevens

Op 1 maart 2023 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
1 maart 2023
Datum publicatie
1 maart 2023
Zaaknummer
202300487/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:803
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 3 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten (hierna: het terugkeerbesluit). Bij besluit van diezelfde datum heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld (hierna: de bewaringsmaatregel).

Uitspraak

202300487/1/V3.

Datum uitspraak: 1 maart 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 16 januari 2023 in zaken nrs. NL23.199 en NL23.1075 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 3 januari 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten (hierna: het terugkeerbesluit). Bij besluit van diezelfde datum heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld (hierna: de bewaringsmaatregel).

Bij uitspraak van 16 januari 2023 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard om van het door de vreemdeling tegen het terugkeerbesluit ingestelde beroep kennis te nemen, het tegen de bewaringsmaatregel door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het

het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.J.J. Flantua, advocaat te Amersfoort, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

1.1.    Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 2 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1155, onder 10.1, over de vraag of de staatssecretaris in een terugkeerbesluit het land van terugkeer moet vermelden). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.

w.g. Soffers

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Schipper

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2023

872-1017