Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 14 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in…

Raad van State, 21 maart 2024

Zaakgegevens

Op 21 maart 2024 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21 maart 2024
Datum publicatie
19 maart 2024
Zaaknummer
BRS.24.000060
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1115
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 14 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 23 februari 2024

    ECLI:NL:RBDHA:2024:2622
  2. Raad van State · 21 maart 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2024:1115

    Niet bevoegd

Uitspraak

BRS.24.000060

ECLI:NL:RVS:2024:1115

Datum uitspraak: 21 maart 2024

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 23 februari 2024 in zaak nr. NL24.5484 in het geding tussen:

[de vreemdeling],

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

Procesverloop

Bij besluit van 14 december 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 23 februari 2024 heeft de rechtbank het door de vreemdeling tegen het voortduren van de bewaring ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H.G.A.M. Halfers, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       De uitspraak van de rechtbank gaat over het voortduren van de maatregel van bewaring (artikel 96 van de Vw 2000). Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000).

2.       Wat de vreemdeling in hoger beroep aanvoert, is geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Het verbod op hoger beroep kan alleen worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest. Dit doet zich hier niet voor.

3.       De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Buntjer, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Buntjer

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2024

962