Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 2 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de…

Raad van State, 18 juli 2024

Zaakgegevens

Op 18 juli 2024 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18 juli 2024
Datum publicatie
18 juli 2024
Zaaknummer
202403113/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2951
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 2 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 10 mei 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 10 mei 2024

    ECLI:NL:RBDHA:2024:8022
  2. Raad van State · 18 juli 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2024:2951

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

202403113/1/V3.

Datum uitspraak: 18 juli 2024

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 10 mei 2024 in zaak nr. NL24.14836 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 2 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 10 mei 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A.J. de Boer, advocaat te Sneek, hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een nader stuk ingediend.

Overwegingen

1.       De minister heeft de Afdeling laten weten dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van de vreemdeling heeft niet laten weten dat hij nog contact met hem heeft. Daaruit leidt de Afdeling af dat de vreemdeling niet langer bescherming in Nederland zoekt. Daarom heeft de vreemdeling geen belang bij het hoger beroep.

2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J. Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.

w.g. Drop

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Schipper

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2024

872-1023