Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 12 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de…

Zaakgegevens

Op 18 september 2024 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18 september 2024
Datum publicatie
18 september 2024
Zaaknummer
202306346/1/V2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3738
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 12 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 14 september 2023

    ECLI:NL:RBDHA:2023:14520
  2. Raad van State · 18 september 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2024:3738

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

202306346/1/V2.

Datum uitspraak: 18 september 2024

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 14 september 2023 in zaak nr. NL23.17289 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 12 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 14 september 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.P. van Mulken, advocaat in Nuth, hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een nader stuk ingediend, waarop de gemachtigde van de vreemdeling desgevraagd heeft gereageerd.

Overwegingen

1.       De vreemdeling is na het instellen van het hoger beroep overleden. De gemachtigde heeft bij brief van 8 augustus 2024 gesteld dat de nabestaanden van de vreemdeling nog een belang zouden hebben bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. De gemachtigde heeft echter de nabestaanden in kwestie niet nader geïdentificeerd, noch een verklaring van erfrecht overgelegd waaruit volgt dat zij als wettelijke erfgenamen namens de vreemdeling deze procedure kunnen voortzetten. Alleen al daarom is het belang bij het hoger beroep komen te vervallen.

2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T. Toonen, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Toonen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 september 2024

936