Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 21 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de…

Raad van State, 7 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 7 oktober 2024 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
7 oktober 2024
Datum publicatie
4 oktober 2024
Zaaknummer
202404996/1/V1
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4017
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 21 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 1 augustus 2024

    ECLI:NL:RBDHA:2024:15881
  2. Raad van State · 7 oktober 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2024:4017

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

202404996/1/V1.

Datum uitspraak: 7 oktober 2024

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 1 augustus 2024 in zaak nr. NL24.25730 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 21 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 1 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H.E. Visscher, advocaat in Papendrecht, hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een nader stuk ingediend.

Overwegingen

1.       De minister heeft de Afdeling bij brief van 2 september 2024 laten weten dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van de vreemdeling heeft, hoewel de Afdeling haar daartoe de gelegenheid heeft geboden, niet laten weten dat zij nog contact met hem heeft. Daaruit leidt de Afdeling af dat de vreemdeling niet langer bescherming in Nederland zoekt. Daarom heeft de vreemdeling geen belang bij een beoordeling van het hoger beroep.

2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.K. de Keizer, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. De Keizer

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2024

716-1109