Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 9 januari 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling…

Zaakgegevens

Op 11 januari 2024 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11 januari 2024
Datum publicatie
11 januari 2024
Zaaknummer
202101926/1/V1
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:53
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 9 januari 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, het verblijfsrecht op grond van Besluit nr. 1/80 beëindigd, de vreemdeling opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 1 maart 2021

    ECLI:NL:RBDHA:2021:2262
  2. Raad van State · 11 januari 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2024:53

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

202101926/1/V1.

Datum uitspraak: 11 januari 2024

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling]

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 1 maart 2021 in zaak nr. 19/3558 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 9 januari 2019 heeft de staatssecretaris de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, het verblijfsrecht op grond van Besluit nr. 1/80 beëindigd, de vreemdeling opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

Bij besluit van 2 mei 2019 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 1 maart 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. I. Özkara, advocaat te Arnhem, hoger beroep ingesteld.

De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend.

De vreemdeling heeft desgevraagd een nadere reactie gegeven.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

1.1.    Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 18 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3793, onder 3.2 en 4.5 tot en met 4.8, over de nieuwe glijdende schaal en de verhouding tussen artikelen 13 en 14 van Besluit nr. 1/80). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.D.J.D. van der Heijden, griffier.

w.g. Verburg

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van der Heijden

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2024.

382-954.