Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 11 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de…

Raad van State, 13 februari 2024

Zaakgegevens

Op 13 februari 2024 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13 februari 2024
Datum publicatie
13 februari 2024
Zaaknummer
202307330/1/V2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:588
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 11 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf heeft op grond van het Unierecht en hem opgedragen om Nederland binnen vier weken te verlaten.

Bij besluit van 3 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 15 november 2023

    ECLI:NL:RBDHA:2023:17919
  2. Raad van State · 13 februari 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2024:588

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

202307330/1/V2.

Datum uitspraak: 13 februari 2024

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 15 november 2023 in zaak nr. NL23.9668 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 11 november 2022 heeft de staatssecretaris vastgesteld dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf heeft op grond van het Unierecht en hem opgedragen om Nederland binnen vier weken te verlaten.

Bij besluit van 3 maart 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 15 november 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S.C. van Paridon, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering van de uitspraak van de rechtbank over.

1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Iedema, griffier.

w.g. Van Gastel

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Iedema

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2024

915