Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 3 maart 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een…

Zaakgegevens

Op 14 februari 2024 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14 februari 2024
Datum publicatie
14 februari 2024
Zaaknummer
202202732/1/V2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:597
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 3 maart 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 28 april 2022

    ECLI:NL:RBDHA:2022:4000
  2. Raad van State · 14 februari 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2024:597

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

202202732/1/V2.

Datum uitspraak: 14 februari 2024

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 28 april 2022 in zaak nr. NL22.4108 in het geding tussen:

[de vreemdeling]

en

de staatssecretaris.

Procesverloop

Bij besluit van 3 maart 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 28 april 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. C. Chen, advocaat te Alkmaar, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De staatssecretaris heeft nadere stukken ingediend.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Als de staatssecretaris India wil blijven aanmerken als veilig land van herkomst, moet hij eerst de situatie in India opnieuw herbeoordelen. Zie de uitspraak van de Afdeling van 7 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:738, onder 10.2.

1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        bevestigt de aangevallen uitspraak;

II.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 875,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. B. Meijer en mr. J.M. Willems, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.I. van Kesteren, griffier.

De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen

w.g. Van Kesteren

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2024

897