Vreemdelingenrecht

Bij brief van 1 mei 2023 heeft de vreemdeling de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in gebreke…

Raad van State, 6 maart 2024

Zaakgegevens

Op 6 maart 2024 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
6 maart 2024
Datum publicatie
6 maart 2024
Zaaknummer
202305357/1/V1
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:910
E-mail

Samenvatting

Bij brief van 1 mei 2023 heeft de vreemdeling de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in gebreke gesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag van 17 oktober 2022 om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

Uitspraak

202305357/1/V1.

Datum uitspraak: 6 maart 2024

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 17 augustus 2023 in zaak nr. NL23.14670 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij brief van 1 mei 2023 heeft de vreemdeling de staatssecretaris in gebreke gesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag van 17 oktober 2022 om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

De vreemdeling heeft tegen het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag beroep ingesteld bij de rechtbank.

Bij uitspraak van 17 augustus 2023 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. P.J. Schüller, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Bij besluit van 3 november 2023 heeft de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling afgewezen.

De staatssecretaris en de vreemdeling hebben elk een nader stuk ingediend.

Overwegingen

1.       De staatssecretaris heeft bij brief van 8 december 2023 laten weten dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van de vreemdeling heeft laten weten dat hij geen contact met hem heeft. Daaruit leidt de Afdeling af dat de vreemdeling niet langer bescherming in Nederland zoekt. Daarom heeft de vreemdeling geen belang bij een beoordeling van het hoger beroep.

2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Hanrath

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2024

392