Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 19 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

Zaakgegevens

Op 13 maart 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13 maart 2025
Datum publicatie
13 maart 2025
Zaaknummer
202500671/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1057
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 19 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 27 januari 2025

    ECLI:NL:RBDHA:2025:1076
  2. Raad van State · 13 maart 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2025:1057

    Niet bevoegd

Uitspraak

202500671/1/V3.

Datum uitspraak: 13 maart 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 27 januari 2025 in zaak nr. NL25.1034 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 19 oktober 2024 heeft de minister de vreemdeling in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 27 januari 2025 heeft de rechtbank het tegen het voortduren van de bewaring door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Guman, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       De uitspraak van de rechtbank gaat over het voortduren van de maatregel van bewaring (artikel 96 van de Vw 2000). Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000).

2.       Wat de vreemdeling in hoger beroep aanvoert, is geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Het verbod op hoger beroep kan alleen worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest. Dit doet zich hier niet voor.

3.       De Afdeling is onbevoegd van het hoger beroep kennis te nemen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart zich onbevoegd van het hoger beroep kennis te nemen.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier.

w.g. De Poorter

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Meurs-Heuvel

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2025

47