Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 7 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de…

Zaakgegevens

Op 24 maart 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24 maart 2025
Datum publicatie
24 maart 2025
Zaaknummer
202400367/1/V1
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1232
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 7 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan heeft gehad en geweigerd hem een verblijfsdocument voor bepaalde tijd op grond van het Terugtrekkingsakkoord te verlenen. Bij besluit van 24 maart 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 19 december 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Procesgang

  1. Rechtbank Amsterdam · 19 december 2023

    ECLI:NL:RBAMS:2023:8556
  2. Raad van State · 24 maart 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2025:1232

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

202400367/1/V1.

Datum uitspraak: 24 maart 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 19 december 2023 in zaak nr. 23/3719 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 7 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan heeft gehad en geweigerd hem een verblijfsdocument voor bepaalde tijd op grond van het Terugtrekkingsakkoord te verlenen.

Bij besluit van 24 maart 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 19 december 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. T.F.W. Kouwenhoven, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 7.2 van de uitspraak van de rechtbank over.

1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Pronk, griffier.

w.g. Wissels

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Pronk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2025

1028