Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 8 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een…

Zaakgegevens

Op 16 april 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16 april 2025
Datum publicatie
16 april 2025
Zaaknummer
202501965/1/V2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1674
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 8 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 28 maart 2025

    ECLI:NL:RBDHA:2025:6285
  2. Raad van State · 16 april 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2025:1674

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

202501965/1/V2.

Datum uitspraak: 16 april 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 28 maart 2025 in zaak nr. NL25.1830 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 8 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

Bij uitspraak van 28 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. K. Mohasselzadeh, advocaat in Voorburg, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. Appellant legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens haar niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000).

2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Tibold

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 16 april 2025

853-1163