Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 2 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld

Zaakgegevens

Op 19 mei 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19 mei 2025
Datum publicatie
15 mei 2025
Zaaknummer
202502368/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2217
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 2 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 17 april 2025

    ECLI:NL:RBDHA:2025:9736
  2. Raad van State · 19 mei 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2025:2217

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

202502368/1/V3.

Datum uitspraak: 19 mei 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-­Hertogenbosch, van 17 april 2025 in zaak nr. NL25.15530 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 2 april 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 17 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M.B.J. Strooij, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 8 van de uitspraak van de rechtbank over.

1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.       De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. N.A. de Jong, griffier.

w.g. Verheij

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. De Jong

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2025

981