Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 3 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld

Zaakgegevens

Op 22 mei 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22 mei 2025
Datum publicatie
20 mei 2025
Zaaknummer
BRS.25.000289
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2260
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 3 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 17 maart 2025

    ECLI:NL:RBDHA:2025:4388
  2. Raad van State · 22 mei 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2025:2260

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

BRS.25.000289

ECLI:NL:RVS:2025:2260

Datum uitspraak: 22 mei 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 17 maart 2025 in zaak nr. NL25.10366 in het geding tussen:

[appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 3 maart 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 17 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. J.E. Groenenberg, advocaat in Nieuw-Vennep, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.        Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 24 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2979, onder 3.2, terecht overwogen dat de informatiefolder een overzicht van de van toepassing zijnde zware en lichte gronden moet bevatten, maar dat dit niet betekent dat de minister in de informatiefolder een onderscheid moet maken tussen de zware gronden en lichte gronden. De rechtbank heeft ook terecht overwogen dat de rechtsmiddelenverwijzing in de informatiefolder voldoende duidelijk is. Uit de uitspraak van 24 juli 2024, onder 3.1, volgt namelijk dat de minister een vreemdeling moet informeren over de mogelijkheid om beroep in te stellen tegen de bewaring. Dat er voor appellant een mogelijkheid is om beroep in te stellen, blijkt uit de overgelegde vertaling van de informatiefolder.

1.1.        Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.        De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.

Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen

w.g. Van de Kolk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2025

918-1086