Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 8 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

Zaakgegevens

Op 22 mei 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22 mei 2025
Datum publicatie
23 mei 2025
Zaaknummer
202502563/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2369
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 8 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 25 april 2025

    ECLI:NL:RBDHA:2025:7024
  2. Raad van State · 22 mei 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2025:2369

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

202502563/1/V3.

Datum uitspraak: 22 mei 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 25 april 2025 in zaak nr. NL25.16665 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 8 april 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 25 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S. Guman, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Appellant is in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten.

Overwegingen

1.       De termijn voor het instellen van hoger beroep eindigde op 2 mei 2025. Het hogerberoepschrift is daarna bij de Raad van State binnengekomen. Appellant heeft het hogerberoepschrift daarom niet op tijd ingediend. Appellant heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid redenen aan te voeren waarom het hoger beroep toch in behandeling moet worden genomen.

2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Vos

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2025

644-1161