Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 13 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om…

Zaakgegevens

Op 18 juli 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18 juli 2025
Datum publicatie
18 juli 2025
Zaaknummer
202405222/1/V1
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3296
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 13 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 22 juli 2024

    ECLI:NL:RBDHA:2024:13238
  2. Raad van State · 18 juli 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2025:3296

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

202405222/1/V1.

Datum uitspraak: 18 juli 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 22 juli 2024 in zaak nr. NL24.567 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 13 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 22 december 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 22 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. J.E. Jalandoni, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

1.1.    Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 29 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2146, onder 8 tot en met 8.7, over de beoordeling van het jongvolwassenenbeleid in nareiszaken). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Pronk, griffier.

w.g. Drop

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Pronk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2025

1028