Vreemdelingenrecht
Bij besluit van 4 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat…
ECLI:NL:RVS:2025:3318 · Raad van State · 21 juli 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2025-3318
Zaakgegevens
Op 21 juli 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 juli 2025
- Datum publicatie
- 21 juli 2025
- Zaaknummer
- 202503045/1/V2.
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2025:3318
Samenvatting
Bij besluit van 4 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat appellant niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG (de Richtlijn Tijdelijke Bescherming).
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 7 mei 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:8058Raad van State · 21 juli 2025deze uitspraak
ECLI:NL:RVS:2025:3318
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
202503045/1/V2.
Datum uitspraak: 21 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 7 mei 2025 in zaak nr. NL24.266 in het geding tussen:
appellant
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 4 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat appellant niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG (de Richtlijn Tijdelijke Bescherming).
Bij besluit van 22 december 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 7 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. I. Özkara, advocaat in Arnhem, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft namelijk terecht geoordeeld dat appellant geen ontheemde is in de zin van artikel 2, onder c, van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Appellant heeft Oekraïne namelijk niet moeten verlaten door de Russische militaire invasie, maar heeft zich daaraan voorafgaand vrijwillig in een andere lidstaat van de Europese Unie gevestigd. Appellant behoort evenmin tot de aangewezen groep vreemdelingen die wordt gelijkgesteld met personen die als gevolg van de invasie ontheemd zijn. Appellant heeft Oekraïne namelijk verlaten vóór de peildatum van 26 november 2021 bedoeld in artikel 3.9a, eerste lid, aanhef en onder a, van het VV 2000, in samenhang met artikel 3.1a, eerste lid, aanhef en onder e, van het Vb 2000. Appellant komt daarom niet in aanmerking voor tijdelijke bescherming.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.P.M. Zwinkels, griffier.
w.g. De Moor-van Vugt
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Zwinkels
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2025
309-1169