Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 22 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant…

Raad van State, 12 augustus 2025

Zaakgegevens

Op 12 augustus 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12 augustus 2025
Datum publicatie
12 augustus 2025
Zaaknummer
202406198/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3792
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 22 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 1 oktober 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. J.M. Niemer, advocaat in Amsterdam en vervolgens door mr. M. Spapens, advocaat in Haarlem, hoger beroep ingesteld.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 1 oktober 2024

    ECLI:NL:RBDHA:2024:15735
  2. Raad van State · 12 augustus 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2025:3792

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

Uitspraak

202406198/1/V3.

Datum uitspraak: 12 augustus 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 1 oktober 2024 in zaak nr. NL24.25667 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 22 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Bij uitspraak van 1 oktober 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. J.M. Niemer, advocaat in Amsterdam en vervolgens door mr. M. Spapens, advocaat in Haarlem, hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een nader stuk ingediend, waarop appellant heeft gereageerd.

De minister heeft op verzoek van de Afdeling nadere schriftelijke inlichtingen gegeven.

Overwegingen

1.       De door appellant in zijn grieven opgeworpen rechtsvraag over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor België, heeft de Afdeling beantwoord in haar uitspraak van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3305, onder 5 tot en met 5.7. De overwegingen in die uitspraak zijn hier van overeenkomstige toepassing. Hieruit volgt dat de grieven slagen.

2.       Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Het beroep is gegrond en de Afdeling vernietigt het besluit van 22 juni 2024. De minister moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep gegrond;

II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 1 oktober 2024 in zaak nr. NL24.25667;

III.      verklaart het beroep gegrond;

IV.     vernietigt het besluit van 22 juni 2024, V-[…];

V.      veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.721,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. N.A. de Jong, griffier.

w.g. Wissels

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. De Jong

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2025

981