Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 18 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem…

Zaakgegevens

Op 11 september 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11 september 2025
Datum publicatie
9 september 2025
Zaaknummer
BRS.25.001145
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4297
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 18 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 8 augustus 2025

    ECLI:NL:RBDHA:2025:14814
  2. Raad van State · 11 september 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2025:4297

    Overig

Uitspraak

BRS.25.001145

ECLI:NL:RVS:2025:4297

Datum uitspraak: 11 september 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[verzoeker],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 8 augustus 2025 in zaak nr. NL24.39323 in het geding tussen:

[verzoeker]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 18 september 2024 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 8 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.        Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.

2.        Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).

3.        De minister moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoeker niet wordt uitgezet, totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist;

II.        veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C.S. Heinen, griffier.

w.g. De Moor-van Vugt

voorzieningenrechter

w.g. Heinen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 11 september 2025

984