Vreemdelingenrecht
Bij besluit van 27 februari 2025 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan verzoeker…
ECLI:NL:RVS:2025:4367 · Raad van State · 12 september 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2025-4367
Zaakgegevens
Op 12 september 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 september 2025
- Datum publicatie
- 12 september 2025
- Zaaknummer
- 202503371/2/V1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2025:4367
Samenvatting
Bij besluit van 27 februari 2025 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan verzoeker verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken.
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 23 mei 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:9075Raad van State · 12 september 2025deze uitspraak
ECLI:NL:RVS:2025:4367
Onduidelijk
Uitspraak
202503371/2/V1.
Datum uitspraak: 12 september 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 23 mei 2025 in zaak nr. NL25.13715 in het geding tussen:
verzoeker
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 27 februari 2025 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan verzoeker verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken.
Bij uitspraak van 23 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat hij verstrekkingen blijft krijgen totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.
2. Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.
3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. M.J.M. Ristra-Peeters, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Q. Boon, griffier.
w.g. Ristra-Peeters
voorzieningenrechter
w.g. Boon
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 september 2025
977