Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 2 januari 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van appellant om hem een…

Zaakgegevens

Op 15 september 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15 september 2025
Datum publicatie
12 september 2025
Zaaknummer
202400867/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4371
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 2 januari 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 30 januari 2024

    ECLI:NL:RBDHA:2024:997
  2. Raad van State · 15 september 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2025:4371

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

202400867/1/V3.

Datum uitspraak: 15 september 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 30 januari 2024 in zaak nr. NL24.242 in het geding tussen:

appellant

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 2 januari 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 30 januari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. H.A. Limonard, advocaat in Joure, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. Appellant legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000).

2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.R. Kraak, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Kraak

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 september 2025

1020