Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 1 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

Zaakgegevens

Op 13 januari 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13 januari 2025
Datum publicatie
9 januari 2025
Zaaknummer
BRS.24.000427
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:47
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 1 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 15 november 2024

    ECLI:NL:RBDHA:2024:19127
  2. Raad van State · 13 januari 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2025:47

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

BRS.24.000427

ECLI:NL:RVS:2025:47

Datum uitspraak: 13 januari 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 15 november 2024 in zaak nr. NL24.42994 in het geding tussen:

[de vreemdeling]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 1 november 2024 heeft de minister de vreemdeling in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 15 november 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. C.A. Madern, advocaat in Diemen, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 4, 8 en 11 van de uitspraak van de rechtbank over.

1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.       De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M.J.M. Ristra-Peeters, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.

w.g. Ristra-Peeters

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Vos

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2025

644-1125