Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 8 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een…

Zaakgegevens

Op 6 oktober 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
6 oktober 2025
Datum publicatie
2 oktober 2025
Zaaknummer
BRS.25.001231
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4709
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 8 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 25 augustus 2025

    ECLI:NL:RBDHA:2025:15890
  2. Raad van State · 6 oktober 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2025:4709

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

BRS.25.001231

ECLI:NL:RVS:2025:4709

Datum uitspraak: 6 oktober 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de minister van Asiel en Migratie,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 25 augustus 2025 in zaak nr. NL25.30481 in het geding tussen:

[de betrokkene]

en

de minister.

Procesverloop

Bij besluit van 8 juli 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Bij uitspraak van 25 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. K.S. Kort, advocaat in Rotterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Overwegingen

1.        De termijn voor het instellen van hoger beroep eindigde op 1 september 2025. Het hogerberoepschrift is daarna bij de Raad van State binnengekomen, namelijk op 4 september 2025. De minister heeft het hogerberoepschrift daarom niet op tijd ingediend. De door de minister gestelde omstandigheid dat de verzending van het hogerberoepschrift op 1 september 2025 vanwege een technisch probleem is mislukt, is geen reden om het hoger beroep alsnog in behandeling te nemen.

2.        Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

II.        veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van de Kolk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2025

18-1085