Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning…

Zaakgegevens

Op 24 oktober 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24 oktober 2025
Datum publicatie
24 oktober 2025
Zaaknummer
BRS.25.001681
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5146
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De minister heeft op 10 juni 2025 een aanvullend besluit genomen. Bij uitspraak van 20 oktober 2025 heeft de rechtbank het door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Uitspraak

BRS.25.001681

ECLI:NL:RVS:2025:5146

Datum uitspraak: 24 oktober 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[verzoeker],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 20 oktober 2025 in zaak nr. NL23.18712 in het geding tussen:

[verzoeker]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

De minister heeft op 10 juni 2025 een aanvullend besluit genomen.

Bij uitspraak van 20 oktober 2025 heeft de rechtbank het door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.        Verzoeker heeft op 24 oktober 2025 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 20 oktober 2025 en de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de voorgenomen beëindiging van verstrekkingen en opvang op 27 oktober 2025 achterwege blijft. Alleen al omdat de hogerberoepstermijn nog niet is verstreken, treft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening. Nadat de termijn is verstreken, zal de voorzieningenrechter uitspraak doen op het resterende deel van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.

2.        De minister moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        treft bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening dat de voorgenomen beëindiging van verstrekkingen en opvang op 27 oktober 2025 achterwege blijft;

II.        veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoekers in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. J. Schipper-Spanninga, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Nederhoff, griffier.

w.g. Schipper-Spanninga

voorzieningenrechter

w.g. Nederhoff

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2025

918-1102