Vreemdelingenrecht

Bij brief van 6 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in kennis gesteld van haar…

Raad van State, 29 oktober 2025

Zaakgegevens

Op 29 oktober 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29 oktober 2025
Datum publicatie
27 oktober 2025
Zaaknummer
BRS.25.000790
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5150
E-mail

Samenvatting

Bij brief van 6 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in kennis gesteld van haar besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (hierna: het verlengingsbesluit).

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 3 juni 2025

    ECLI:NL:RBDHA:2025:24049
  2. Raad van State · 29 oktober 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2025:5150

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

BRS.25.000790

ECLI:NL:RVS:2025:5150

Datum uitspraak: 29 oktober 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 3 juni 2025 in zaak nr. NL24.49923 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij brief van 6 december 2024 heeft de minister appellant in kennis gesteld van haar besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (hierna: het verlengingsbesluit).

Bij uitspraak van 3 juni 2025 heeft de rechtbank het door appellant tegen het verlengingsbesluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. N.A.P. Heesterbeek, advocaat in Eindhoven, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.    Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 6 van de uitspraak van de rechtbank over.

1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.    Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.

w.g. Willems

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Weber

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2025

846-1122