Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 7 augustus 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning…

Zaakgegevens

Op 3 november 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
3 november 2025
Datum publicatie
3 november 2025
Zaaknummer
202505162/1/V2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5260
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 7 augustus 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij mondelinge uitspraak van 5 september 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. N.R.H. Boon, advocaat in Roermond, hoger beroep ingesteld. De minister heeft een nader stuk ingediend, waarop de gemachtigde van appellant heeft gereageerd.

Uitspraak

202505162/1/V2.

Datum uitspraak: 3 november 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 17 september 2025 in zaak nr. NL25.36786 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 7 augustus 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Bij mondelinge uitspraak van 5 september 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. N.R.H. Boon, advocaat in Roermond, hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een nader stuk ingediend, waarop de gemachtigde van appellant heeft gereageerd.

Overwegingen

1.       De minister heeft de Afdeling laten weten dat appellant met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van appellant heeft laten weten geen contact meer met hem te hebben. Daaruit leidt de Afdeling af dat appellant niet langer bescherming in Nederland zoekt. Daarom heeft appellant geen belang bij een beoordeling van het hoger beroep.

2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van L.W. Lagaaij LLM, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Lagaaij

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 3 november 2025

936-1088