Vreemdelingenrecht
Bij besluiten van 26 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van…
Raad van State, 17 november 2025
ECLI:NL:RVS:2025:5523 · Raad van State · 17 november 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2025-5523
Zaakgegevens
Op 17 november 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 november 2025
- Datum publicatie
- 13 november 2025
- Zaaknummer
- BRS.25.001541
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2025:5523
Samenvatting
Bij besluiten van 26 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.
Uitspraak
BRS.25.001541
ECLI:NL:RVS:2025:5523
Datum uitspraak: 17 november 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant 1] en [appellant 2],
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 16 september 2025 in zaken nrs. NL24.13063, NL24.13064, NL24.13068 en NL24.13073 in het geding tussen:
[appellant 1] en [appellant 2]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluiten van 26 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.
Bij uitspraak van 16 september 2025 heeft de rechtbank de daartegen door appellanten ingestelde beroepen gegrond verklaard, de besluiten vernietigd voor zover die gaan over de ingangsdatum van de verblijfsvergunningen, bepaald dat de verblijfsvergunningen worden verleend met ingang van 29 september 2021 en bepaald dat de uitspraak in plaats treedt van het vernietigde gedeelte van de besluiten.
Tegen deze uitspraak hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. A. Khalaf, advocaat in Zwolle, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. De termijn voor het instellen van hoger beroep eindigde op 14 oktober 2025. Het hogerberoepschrift is daarna bij de Raad van State binnengekomen. Appellanten hebben het hogerberoepschrift daarom niet op tijd ingediend. Appellanten hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid redenen aan te voeren waarom het hoger beroep toch in behandeling moet worden genomen.
2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van N. Capel LLM, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Capel
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 november 2025
1024