Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 14 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

Zaakgegevens

Op 21 november 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21 november 2025
Datum publicatie
18 november 2025
Zaaknummer
BRS.25.001737
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5581
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 14 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

Uitspraak

BRS.25.001737

ECLI:NL:RVS:2025:5581

Datum uitspraak: 21 november 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 23 oktober 2025 in zaak nr. NL25.50403 in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 14 oktober 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 23 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. B.J.P.M. Ficq, advocaat in Haarlem, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.        Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. Appellant legt niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. Hij heeft de tekst van zijn hogerberoepschrift namelijk letterlijk overgenomen uit een andere zaak die niet over hem gaat. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000).

2.        Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Vos

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 21 november 2025

644