Vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag…
ECLI:NL:RVS:2025:5909 · Raad van State · 8 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2025-5909
Zaakgegevens
Op 8 december 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 december 2025
- Datum publicatie
- 4 december 2025
- Zaaknummer
- BRS.25.001361
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2025:5909
Samenvatting
De minister van Asiel en Migratie heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 7 mei 2025 in zaak nr. NL25.10429.
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 7 mei 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:7857Raad van State · 8 december 2025deze uitspraak
ECLI:NL:RVS:2025:5909
Overig
Uitspraak
BRS.25.001361
ECLI:NL:RVS:2025:5909
Datum uitspraak: 8 december 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van:
[appellant],
verzoeker,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep.
Procesverloop
De minister van Asiel en Migratie heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 7 mei 2025 in zaak nr. NL25.10429.
Appellant, vertegenwoordigd door mr. I.M. Hidding, advocaat in Diever, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De minister heeft het hoger beroep ingetrokken.
Appellant heeft de Afdeling verzocht de minister te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Awb kan een bestuursorgaan, bij afzonderlijke uitspraak en met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb, op verzoek van appellant in de proceskosten worden veroordeeld, als het bestuursorgaan het hoger beroep heeft ingetrokken.
2. De minister heeft het hoger beroep ingetrokken, nadat appellant kosten heeft gemaakt voor het indienen van een schriftelijke uiteenzetting. De Afdeling ziet hierin aanleiding het verzoek van appellant toe te wijzen.
3. De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00 geheel toe te rekenen aan een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. M.J.M. Ristra-Peeters, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. mr. N.A. de Jong, griffier.
w.g. Ristra-Peeters
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. De Jong
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 december 2025
981