Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 24 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

Zaakgegevens

Op 17 december 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17 december 2025
Datum publicatie
11 december 2025
Zaaknummer
BRS.25.000420
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6045
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 24 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

Uitspraak

BRS.25.000420

ECLI:NL:RVS:2025:6045

Datum uitspraak: 17 december 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:

[de betrokkene],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats

's-Hertogenbosch, van 4 maart 2025 in zaak nr. NL25.8688 in het geding tussen:

[betrokkene]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 24 februari 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 4 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. G.A. Dorsman, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.        De rechtbank heeft het bij haar door appellant ingediende geschrift op grond van artikel 6:15, eerste lid, van de Awb doorgezonden naar de Afdeling om te behandelen als hogerberoepschrift. Appellant heeft te kennen gegeven dat de rechtbank zijn geschrift ten onrechte heeft aangemerkt als hogerberoepschrift, omdat het als een herzieningsverzoek had moeten worden beschouwd. De rechtbank is bevoegd om daarvan kennis te nemen.

2.        De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Omdat de rechtbank al uitspraak heeft gedaan op het verzoek om herziening, zal de Afdeling het hogerberoepschrift niet als verzoek om herziening doorzenden aan de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. N.A. de Jong, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. De Jong

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 17 december 2025

981