Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 23 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

Raad van State, 18 december 2025

Zaakgegevens

Op 18 december 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18 december 2025
Datum publicatie
16 december 2025
Zaaknummer
BRS.25.002194
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6097
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 23 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 21 november 2025

    ECLI:NL:RBDHA:2025:22097
  2. Raad van State · 18 december 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2025:6097

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

BRS.25.002194

ECLI:NL:RVS:2025:6097

Datum uitspraak: 18 december 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[betrokkene],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 21 november 2025 in zaak nr. NL25.52086 in het geding tussen:

[betrokkene]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 23 oktober 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 21 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S. Oukil, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.        Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 5 van de uitspraak van de rechtbank over.

1.1.        Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.        De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.R. Kraak, griffier.

w.g. de Moor-van Vugt

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Kraak

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2025

1020