Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 23 september 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 6…

Raad van State, 19 december 2025

Zaakgegevens

Op 19 december 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19 december 2025
Datum publicatie
17 december 2025
Zaaknummer
BRS.25.001509
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6198
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 23 september 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 6 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A. Khalaf, advocaat in Zwolle, hoger beroep ingesteld.

Uitspraak

BRS.25.001509

ECLI:NL:RVS:2025:6198

Datum uitspraak: 19 december 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 6 oktober 2025 in zaak nr. NL25.46567 in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 23 september 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 6 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A. Khalaf, advocaat in Zwolle, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.        Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat de grief geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

1.1.        Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 5 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5262, onder 4.1 tot en met 4.3, over de feitelijke toelichting van een zware grond die aan een maatregel van bewaring ten grondslag is gelegd). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.

2.        De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van S. van Dijk LLM, griffier.

w.g. Drop

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Dijk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 december 2025

967