Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 18 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

Zaakgegevens

Op 27 februari 2026 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27 februari 2026
Datum publicatie
26 februari 2026
Zaaknummer
BRS.26.000594
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1116
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 18 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

Uitspraak

BRS.26.000594

ECLI:NL:RVS:2026:1116

Datum uitspraak: 27 februari 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 30 januari 2026 in zaak nr. NL26.3142 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 18 januari 2026 heeft de minister appellant in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 30 januari 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. N. van Bremen, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.        Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.        De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.

w.g. Meijer

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Weber

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2026

1137-846