Vreemdelingenrecht

Bij uitspraak van 21 november 2025 heeft de rechtbank het door appellant tegen het besluit van de minister…

Raad van State, 13 maart 2026

Zaakgegevens

Op 13 maart 2026 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13 maart 2026
Datum publicatie
11 maart 2026
Zaaknummer
BRS.25.002655
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1430
E-mail

Samenvatting

Bij uitspraak van 21 november 2025 heeft de rechtbank het door appellant tegen het besluit van de minister van Buitenlandse Zaken van 28 juni 2025 ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

BRS.25.002655

ECLI:NL:RVS:2026:1430

Datum uitspraak: 13 maart 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 21 november 2025 in zaak nr. 25/14959 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Buitenlandse Zaken.

Procesverloop

Bij uitspraak van 21 november 2025 heeft de rechtbank het door appellant tegen het besluit van de minister van 28 juni 2025 ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M. Görsültürk, advocaat in Oss, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.        De rechtbank heeft toepassing gegeven aan artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. Tegen de uitspraak van de rechtbank kan daarom geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder a, van de Awb). Een belanghebbende en het bestuursorgaan kunnen daartegen wel verzet doen bij de bestuursrechter, in dit geval de rechtbank Den Haag, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch (artikel 8:55, eerste lid, van de Awb).

2.        Wat appellant in hoger beroep aanvoert, is geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Het verbod op hoger beroep kan alleen worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest. Dit doet zich in deze zaak niet voor.

3.        De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De Afdeling zal het hogerberoepschrift van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank doorsturen naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, voor verdere behandeling als verzetschrift (artikel 6:15 van de Awb).

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.P.M. Zwinkels, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Zwinkels

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2026

309-1163