Vreemdelingenrecht
Bij besluiten van 29 april 2025 heeft de minister aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning…
Raad van State, 24 juni 2026
ECLI:NL:RVS:2026:3596 · Raad van State · 24 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2026-3596
Zaakgegevens
Op 24 juni 2026 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 juni 2026
- Datum publicatie
- 22 juni 2026
- Zaaknummer
- BRS.25.001300
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:3596
Samenvatting
Bij besluiten van 29 april 2025 heeft de minister aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 8 september 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:16648Raad van State · 24 juni 2026deze uitspraak
ECLI:NL:RVS:2026:3596
Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
BRS.25.001300
ECLI:NL:RVS:2026:3596
Datum uitspraak: 24 juni 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant 1], [appellant 2] en [appellant 3]
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 8 september 2025 in zaken nrs. NL25.20630, NL25.20631 en NL25.20632 in het geding tussen:
appellanten
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluiten van 29 april 2025 heeft de minister aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij brief van 27 juni 2025 heeft de minister de motivering van het besluit van appellant 1 aangevuld.
Bij uitspraak van 8 september 2025 heeft de rechtbank het tegen het aangevulde besluit door appellant 1 ingestelde beroep gedeeltelijk gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven en het beroep voor het overige ongegrond verklaard. Daarnaast heeft de rechtbank de tegen de besluiten van 29 april 2025 door appellant 2 en appellant 3 ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. D. de Vries, advocaat in Leeuwarden, hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een nader stuk ingediend, waarop de gemachtigde van appellanten heeft gereageerd.
Overwegingen
1. De minister heeft de Afdeling laten weten dat appellanten met onbekende bestemming zijn vertrokken. De gemachtigde van appellanten heeft laten weten geen contact meer met hen te hebben. Daaruit leidt de Afdeling af dat appellanten niet langer bescherming in Nederland zoeken. Daarom hebben appellanten geen belang bij een beoordeling van het hoger beroep.
2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Verbeek
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2026
574-1061