Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 6 augustus 2021 heeft het COA de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van…

Raad van State, 1 juli 2026

Zaakgegevens

Op 1 juli 2026 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
1 juli 2026
Datum publicatie
29 juni 2026
Zaaknummer
BRS.26.001818
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3762
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 6 augustus 2021 heeft het COA de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 5.803,33.

Uitspraak

BRS.26.001818

ECLI:NL:RVS:2026:3762

Datum uitspraak: 1 juli 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 31 maart 2026 in zaak nr. 25/17082 in het geding tussen:

appellant

en

het Centraal Orgaan opvang asielzoekers.

Procesverloop

Bij besluit van 6 augustus 2021 heeft het COA de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 5.803,33.

Bij uitspraak van 31 maart 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.        Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft namelijk terecht het beroepschrift van appellant doorgestuurd naar het COA voor verdere behandeling als bezwaarschrift. De Afdeling wijst op haar uitspraak van 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:139, onder 4.1.

1.1.        Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). Ook roept het hogerberoepschrift geen vragen op over de uitleg of de geldigheid van een bepaling van Unierecht (arrest van het Hof van Justitie van 24 maart 2026, Remling, ECLI:EU:C:2026:243, punt 24).

2.        Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het COA hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Gerritsjans-van Essen, griffier.

w.g. Van Breda

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Gerritsjans-van Essen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2026

1078