Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 14 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem…

Zaakgegevens

Op 6 juli 2026 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
6 juli 2026
Datum publicatie
2 juli 2026
Zaaknummer
BRS.25.002087
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3843
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 14 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

BRS.25.002087

ECLI:NL:RVS:2026:3843

Datum uitspraak: 6 juli 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 28 oktober 2025 in zaak nr. NL25.38880 in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 14 augustus 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 28 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. B. Manawi, advocaat in Delft, hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een nader stuk ingediend. Appellant heeft daarop gereageerd.

Overwegingen

1.        De minister heeft de Afdeling bij brief van 22 juni 2026 laten weten dat appellant met hulp van de IOM is vertrokken naar Venezuela, zijn land van herkomst. In de door appellant ondertekende vertrekverklaring staat expliciet dat hij ermee instemt dat nog openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel worden beëindigd. Gelet daarop heeft appellant geen belang meer bij een beoordeling van zijn hoger beroep.

2.        Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. Q. Boon, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Boon

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 juli 2026

977