Vreemdelingenrecht

Bij brief van 22 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in kennis gesteld van haar…

Zaakgegevens

Op 27 januari 2026 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27 januari 2026
Datum publicatie
23 januari 2026
Zaaknummer
BRS.25.002074
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:414
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij brief van 22 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in kennis gesteld van haar besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (hierna: het verlengingsbesluit).

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 20 november 2025

    ECLI:NL:RBDHA:2025:22056
  2. Raad van State · 27 januari 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2026:414

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

BRS.25.002074

ECLI:NL:RVS:2026:414

Datum uitspraak: 27 januari 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 20 november 2025 in zaak nr. NL25.47088 in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij brief van 22 september 2025 heeft de minister appellant in kennis gesteld van haar besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (hierna: het verlengingsbesluit).

Bij uitspraak van 20 november 2025 heeft de rechtbank het door appellant tegen het verlengingsbesluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.H. van Wingerden, advocaat in Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.        Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 6 en 7 van de uitspraak van de rechtbank over.

1.1.        Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.        Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.D. Salverda, griffier.

w.g. Meijer

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Salverda

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2026

992