Vreemdelingenrecht

De minister van Asiel en Migratie heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag…

Zaakgegevens

Op 31 juli 2026 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
31 juli 2026
Datum publicatie
29 juli 2026
Zaaknummer
BRS.25.000833
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4471
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

De minister van Asiel en Migratie heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 12 juni 2025 in zaak nr. NL25.7050, ECLI:NL:RBDHA:2025:10278. Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. P.H. Hillen, advocaat in Tilburg, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 12 juni 2025

    ECLI:NL:RBDHA:2025:10278
  2. Raad van State · 31 juli 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2026:4471

    Overig

Uitspraak

BRS.25.000833

ECLI:NL:RVS:2026:4471

Datum uitspraak: 31 juli 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het verzoek van:

[verzoeker],

verzoeker,

om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)).

Procesverloop

De minister van Asiel en Migratie heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 12 juni 2025 in zaak nr. NL25.7050, ECLI:NL:RBDHA:2025:10278.

Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. P.H. Hillen, advocaat in Tilburg, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De minister heeft het hoger beroep ingetrokken.

Verzoeker heeft verzocht om de minister te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

Overwegingen

1.        Op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Awb kan een bestuursorgaan, bij afzonderlijke uitspraak en met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb, op verzoek van een partij in de kosten worden veroordeeld.

2.        De minister heeft het hoger beroep ingetrokken, nadat verzoeker kosten heeft gemaakt voor het indienen van een schriftelijke uiteenzetting. De Afdeling ziet hierin aanleiding om het verzoek van verzoeker toe te wijzen. De minister moet de proceskosten (een punt voor de schriftelijke uiteenzetting) vergoeden. Het hoger beroep gaat uitsluitend over het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om verzoeker een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. De Afdeling past daarom wegingsfactor 0,5 toe.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 467,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.T. Gazai, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Gazai

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2026

966