Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 10 april 2025 heeft het COa de verstrekkingen aan appellant krachtens de Regeling…

Raad van State, 6 februari 2026

Zaakgegevens

Op 6 februari 2026 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
6 februari 2026
Datum publicatie
4 februari 2026
Zaaknummer
BRS.25.001460
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:591
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 10 april 2025 heeft het COa de verstrekkingen aan appellant krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 voor de duur van twee weken ingehouden.

Uitspraak

BRS.25.001460

ECLI:NL:RVS:2026:591

Datum uitspraak: 6 februari 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 3 oktober 2025 in zaak nr. 25/10827 in het geding tussen:

appellant

en

het Centraal Orgaan opvang asielzoekers.

Procesverloop

Bij besluit van 10 april 2025 heeft het COa de verstrekkingen aan appellant krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 voor de duur van twee weken ingehouden.

Bij uitspraak van 3 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.        Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. Appellant heeft op de zitting in beroep aangevoerd dat in de camerabeelden is geknipt, waarop de rechtbank heeft overwogen dat zij geen aanleiding heeft om dat te veronderstellen. Appellant herhaalt dit standpunt in hoger beroep, zonder dit met stukken te onderbouwen of nader toe te lichten waaruit dit volgens hem blijkt. Daarmee legt appellant niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem onjuist is. De Afdeling kan daarom geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000).

2.        Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Het COa hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.S. van den Oosterkamp, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van den Oosterkamp

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2026

941-1151