Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 16 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem…

Raad van State, 19 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 19 oktober 2026 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19 oktober 2026
Datum publicatie
15 oktober 2026
Zaaknummer
BRS.26.003149
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:6121
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 16 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

BRS.26.003149

ECLI:NL:RVS:2026:6121

Datum uitspraak: 19 oktober 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 17 juni 2026 in zaak nr. NL26.9668 in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 16 februari 2026 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 29 mei 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant verzet gedaan.

Bij uitspraak van 17 juni 2026 heeft de rechtbank dat verzet ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M. Terpstra, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.        De rechtbank heeft uitspraak gedaan op het verzet van appellant (artikel 8:55, zevende lid, van de Awb). Tegen zo’n uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 8:104, tweede lid, van de Awb).

2.        Wat appellant in hoger beroep aanvoert, is geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Het verbod op hoger beroep kan alleen worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest. Dit doet zich hier niet voor.

3.        De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.

Aldus vastgesteld door mr. M.J.M. Ristra-Peeters, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T. van der Meer-Maarsen, griffier.

w.g. Ristra-Peeters

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van der Meer-Maarsen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2026

1088