Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 27 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

Zaakgegevens

Op 6 januari 2026 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
6 januari 2026
Datum publicatie
31 december 2025
Zaaknummer
BRS.25.001304
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:8
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 27 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 12 september 2025

    ECLI:NL:RBDHA:2025:17130
  2. Raad van State · 6 januari 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2026:8

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

BRS.25.001304

ECLI:NL:RVS:2026:8

Datum uitspraak: 6 januari 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 12 september 2025 in zaak nr. NL25.41654 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 27 augustus 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 12 september 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van die dag bevolen en schadevergoeding toegekend.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. F. Boone, advocaat in Berkel en Rodenrijs, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.        Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

1.1.        Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 17 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4282, onder 3, over het op verzoek indienen van een schriftelijke reactie vanuit het oogpunt van hoor en wederhoor, waarvoor geen proceskosten worden toegekend). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.

2.        De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.

w.g. De Moor-van Vugt

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van de Kolk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 januari 2026

347-1085