Vreemdelingenrecht
Bij uitspraak van 11 september 2025 heeft de Afdeling het hoger beroep van opposant tegen de uitspraak van de…
Raad van State, 23 december 2025
ECLI:NL:RVS:2025:6257 · Raad van State · 23 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/verzet/ecli-nl-rvs-2025-6257
Zaakgegevens
Op 23 december 2025 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 december 2025
- Datum publicatie
- 19 december 2025
- Zaaknummer
- BRS.25.001648
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2025:6257
Samenvatting
Bij uitspraak van 11 september 2025 heeft de Afdeling het hoger beroep van opposant tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 18 juli 2025 in zaak nr. NL24.50414 met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb niet-ontvankelijk verklaard.
Uitspraak
BRS.25.001648
ECLI:NL:RVS:2025:6257
Datum uitspraak: 23 december 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzet (artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) van:
[opposant],
opposant.
Procesverloop
Bij uitspraak van 11 september 2025 heeft de Afdeling het hoger beroep van opposant tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 18 juli 2025 in zaak nr. NL24.50414 met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft opposant, vertegenwoordigd door mr. E. Kafa, advocaat in Rotterdam, verzet gedaan.
Overwegingen
1. Tegen een uitspraak waarbij de Afdeling de zaak zonder zitting heeft afgedaan en waarop de Vw 2000 van toepassing is, staat geen verzet open (artikel 83c, eerste lid, van de Vw 2000). Tegen de uitspraak van 11 september 2025 kan daarom geen verzet worden gedaan.
2. De Afdeling is onbevoegd om van het verzet kennis te nemen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart zich onbevoegd om van het verzet kennis te nemen
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, griffier.
w.g. van Breda
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Zwemstra
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 23 december 2025
91-1151