Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 16 maart 2011 heeft de minister voor Immigratie en Asiel, voor zover thans van belang, een…

Zaakgegevens

Op 8 maart 2013 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
8 maart 2013
Datum publicatie
8 april 2013
Zaaknummer
201301556/2/V2
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2013:BZ4009
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 16 maart 2011 heeft de minister voor Immigratie en Asiel, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

201301556/2/V2.

Datum uitspraak: 8 maart 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[vreemdeling],

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 24 januari 2013 in zaak nr. 11/11913 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Procesverloop

Bij besluit van 16 maart 2011 heeft de minister voor Immigratie en Asiel, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 24 januari 2013 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld.

Voorts heeft zij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.    Het verzoek is erop gericht te voorkomen dat de vreemdeling wordt uitgezet en dat de verstrekkingen worden beëindigd gedurende de behandeling van het ingestelde hoger beroep.

Er is thans geen grond om aan te nemen dat de aangevallen uitspraak in hoger beroep zal worden vernietigd. Hoewel aan de vreemdeling is aangekondigd dat de verstrekkingen zullen worden beëindigd, ziet de voorzitter onder deze omstandigheden geen aanleiding om een voorziening, als verzocht, te treffen.

2.    Het verzoek dient daarom als ongegrond te worden afgewezen.

3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. A.B.M. Hent, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H.W. Dekker, ambtenaar van staat.

w.g. Hent    w.g. Dekker

voorzitter    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 8 maart 2013

563.