Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 31 januari 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een…

Raad van State, 9 december 2019

Zaakgegevens

Op 9 december 2019 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
9 december 2019
Datum publicatie
9 december 2019
Zaaknummer
201902647/2/V2
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2019:4125
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 31 januari 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

201902647/2/V2.

Datum uitspraak: 9 december 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet van:

[de vreemdeling],

verzoeker.

Procesverloop

Bij besluit van 31 januari 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 28 maart 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.C. van den Berg, advocaat te Waalwijk, hoger beroep ingesteld.

De staatssecretaris heeft desgevraagd schriftelijk inlichtingen verstrekt.

De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend.

Vervolgens heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.    Bij uitspraak van vandaag heeft de Afdeling op het hoger beroep van de vreemdeling beslist. Daarom wordt geen voorlopige voorziening getroffen.

2.    Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier.

w.g. Steendijk    w.g. Prins

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 9 december 2019

363-894.