Vreemdelingenrecht
Bij besluit van 8 december 2015 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de…
ECLI:NL:RVS:2019:460 · Raad van State · 15 februari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2019-460
Zaakgegevens
Op 15 februari 2019 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 15 februari 2019
- Datum publicatie
- 18 februari 2019
- Zaaknummer
- 201900594/3/V1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2019:460
Samenvatting
Bij besluit van 8 december 2015 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Uitspraak
201900594/3/V1.
Datum uitspraak: 15 februari 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) van:
[de vreemdeling],
verzoekster.
Procesverloop
Bij besluit van 8 december 2015 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij tussenuitspraak van 5 januari 2016 heeft de rechtbank de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld om een in die uitspraak geconstateerd gebrek aan dat besluit te herstellen.
Bij uitspraak van 21 december 2018 heeft de rechtbank het tegen het besluit van 8 december 2015 door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, bepaald dat de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt afgewezen als ongegrond in de zin van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000), zoals die bepaling luidde ten tijde van de asielaanvraag, en bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Bij uitspraak van 13 februari 2019 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling deze uitspraak bevestigd en het verzoek van de vreemdeling tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.
De vreemdeling heeft bij brief van 12 februari 2019 krachtens artikel 72, derde lid, van de Vw 2000 bezwaar gemaakt tegen haar voorgenomen uitzetting op 17 februari 2019 en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft nadere stukken ingediend.
Overwegingen
1. De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat zij niet wordt uitgezet totdat op het bezwaarschrift is beslist.
2. Gelet op hetgeen in de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 13 februari 2019 in zaak nr. 201900594/1/V1 en 201900594/2/V1 is overwogen en omdat hetgeen de vreemdeling in haar verzoek heeft aangevoerd geen grond biedt om niet langer van de rechtmatigheid van de voorgenomen uitzetting uit te gaan, bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E. de Groot, griffier.
w.g. Verheij w.g. De Groot
voorzieningenrechter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2019
210.