Vreemdelingenrecht

Bij besluiten van 28 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de…

Raad van State, 27 juni 2022

Zaakgegevens

Op 27 juni 2022 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27 juni 2022
Datum publicatie
24 juni 2022
Zaaknummer
202202457/2/V3
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1807
E-mail

Samenvatting

Bij besluiten van 28 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

Uitspraak

202202457/2/V3.

Datum uitspraak: 27 juni 2022

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, van:

[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor haar minderjarige kind, [vreemdeling 3],

verzoekers.

Procesverloop

Bij besluiten van 28 februari 2022 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

Bij uitspraak van 14 april 2022 in zaken nrs. NL22.3675 en NL22.3677 heeft de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. H. Tadema, advocaat te Deventer, hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.       Bij uitspraak van vandaag heeft de Afdeling op het hoger beroep van de vreemdelingen beslist. Daarom wordt geen voorlopige voorziening getroffen.

2.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier.

w.g. Verburg

voorzieningenrechter

w.g. Dallinga

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2022

18-967